Print

Testelt

Ook Testelt heeft zo zijn monumenten, al zijn die dan iets minder roemrijk als die van Scherpenheuvel, Zichem en Averbode. Vermeldenswaardig zijn zeker: de Sint-Pieterskerk met geklasseerde ringmuur rond het voormalig kerkhof, de abdijmolen en de meer recente villa 'ter Wolf'.

Voortberg

De Voortberg is een Hagelandse getuigenheuvel van ongeveer 50 meter hoog aan de oever van de Demer. Op oude kaarten staat de heuvel bijna altijd als "Wijngaardberg" aangeduid. Een toepasselijke naam als je bedenkt dat de zuidflank bedekt was met wijnranken.

Vandaag wordt de Voortberg in het landschap gemarkeerd door een hoge zendmast voor tv-distributie.

Sint-Pieterskerk

In Testelt was er reeds sprake van een kerk of kapel vanaf de eerste helft van de twaalfde eeuw. Een geestelijke van de nabijgelegen norbertijnenabdij van Averbode werd er aangesteld als bedienaar.

De huidige kerk is echter van recentere datum (14de eeuw) en zoals de vele kerken die in de vallei van de Demer terug te vinden zijn, werd ook deze kerk opgebouwd in ijzerzandsteen, een gesteente dat in deze regio veel aanwezig was en nog steeds is. Van deze originele driebeukige kerk in Demergotiek zijn nog slechts het koor, de kruisbeuk en de toren overgebleven.

Bij een eerste grondige restauratie in het midden van de 18de eeuw werden de midden- en zijbeuken volledig verwijderd en vervangen door een bakstenen middenschip in barok. Ook werd er toen een orgel geplaatst boven de ingang van de kerk. Dit orgel werd uit eikenhout gesneden en werd vervaardigd door Joseph Colin uit Luik. In dezelfde periode werd ook de arduinen doopvont geplaatst. Deze werd afgewerkt met een koperen deksel dat werd vervaardigd door koperslager Christiaens uit Aarschot. De doopvont is nog steeds aanwezig in de kerk. Het deksel dat verloren ging is vervangen door een moderner exemplaar in hout. De torenspits was al eerder aangepakt en werd al in 1646 volledig vernieuwd. 

Het interieur van de kerk is eerder sober. Dat is ooit wel anders geweest. In 1963 is de kerk immers zeer zwaar gerestaureerd en van zijn overdadige, meestal houten ornamenten ontdaan. Of de sacramentstoren bij deze ontmanteling is verdwenen of reeds eerder was gesneuveld weten we niet. Feit is dat een stuk van die toren werd teruggevonden onder de grond in de buurt van de kerk. Het is een steen met daarop een fragment van Christus en zijn apostelen in de hof van olijven. Deze steen bevind zich thans in het stedelijk museum van Diest.

De grote meest recente schilderijen die er hangen zijn van de hand van War Van Overstraeten (1891-1981). Het zijn:

  • De kruisafneming (olieverfschilderij geschonken in 1963)
  • Christus op de koude steen
  • Het heilig graf (geschonken in 1981)

Verder hangen er nog enkele kleine tableaus die het leven van Onze Lieve Vrouw en het kind Jezus behandelen.

Wat de beelden betreft springen er twee uit.nl. De Piëta uit de 16de eeuw en een klein Mariabeeldje dat oorspronkelijk in een kapel naast de Demer stond. Deze kapel die werd opgericht door de scheepstrekkers werd samen met de brug over de Demer tijdens de oorlog opgeblazen door de terugtrekkende Belgische troepen. Het beeldje is het enige dat werd gered en kreeg een plaats in de kerk.   

De glasramen werden bijna allemaal geschonken door inwoners van het dorp. Hun namen staan, zoals gebruikelijk was, onderaan elk glasraam vermeld.  

Rond de kerk is nog steeds de originele ijzerzandstenen kerkhofmuur te bezichtigen. Deze is geklasseerd en enig in zijn soort. Ook vind men hier nog enkele ijzeren kerkhofkruisen die stilaan elders dreigen te verdwijnen. 

Watermolen

De prachtige watermolen draagt twee jaartallen. Op de zijgevel geeft een metselaarsteken 1608 als bouwjaar, maar boven de deur vinden we het jaar 1678 terug. Het cijfer boven de deur hoort bij het wapenschild van Servaas Vaes, een abt van Averbode die erg graag zijn stempel drukte. Stille getuigen van zijn ambitie zijn de vele monumenten die hij liet bouwen of verbouwen. Zijn wapenspreuk luidt dan ook "Ne quid nimis" (Latijn: "In niets teveel").

De molen was eigendom van de abdij van Averbode, net als de verdwenen slagmolen die plaats heeft gemaakt voor villa "Ter Wolf". Vroeger draaiden hier vier molenraderen mee op het ritme van de Demer. De molen werd liefdevol gerestaureerd door de huidige eigenaar.

Villa "Ter Wolf"

Een prachtige villa uit het begin van de twintigste eeuw, die de typerende natuurlijke vormen van de art nouveau laat zien. De krullen en vloeiende kromme lijnen probeerden de natuur na te bootsen en verwijzen naar bladeren, ranken en vruchten.

Art nouveau wordt vaak gezien als een stadsstijl, maar de villa laat zien dat er ook buiten de stad een decor voor bestaat. Vind je misschien dat deze kunststijl hier beter tot zijn recht komt?

De Pastorij

In Testelt spreekt men niet van pastorij maar van pastorijen maar liefst 4, nu nog 3, in totaal.

De eerste zou mogelijk gestaan hebben op  'het pastorijke' een stuk grond gelegen aan de voet van de Voortberg langs de kant van de Demer. Men denkt ook dat hier de eerste kerk of kapel heeft gestaan omdat er op die plek, tijdens de aanleg van de spoorlijn door Testelt, restanten van graven zijn teruggevonden.

De tweede pastorij die nu wordt aangeduid met 'de oude pastorij' staat aan de overkant van de Demer, net naast de brug verscholen achter een hoge beukenhaag. Ze werd gebouwd in 1522 onder het prelaatschap van abt Geraard van der Scaeft (1501-1532). Het gebouw was langs één kant beveiligd door de Demer en langs de andere kanten omgeven door een brede gracht. Boven de ingangsdeur is het wapenschild van abt van der Stegen (1698-1725) te zien. Hij liet het originele gebouw vervangen door een veel ruimere woning. Bij de afwerking van het gebouw werden de meeste plafonds en schouwen in de gelijkvloerse vertrekken rijkelijk versierd met lijstwerk met decoratieve motieven. In sommige kamers werden zelfs muurschilderingen aangebracht. Die heeft men pas ontdekt rond 1970 bij een grondige opknapbeurt. De muurschilderingen, die mythologische figuren voorstelden werden uitgevoerd in getemperde kleuren waarbij vooral de tinten roodbruin en grijs domineerden. Het was pastoor Haghens die hiervoor de opdracht gaf. Hij was een zeer kunstminnend man die ook in zijn kerk regelmatig verfraaiingswerken liet uitvoeren. Deze pastorij werd rond 1865 verkocht aan de familie Theyskens en later aan de familie Vanderborgth. Sindsdien is de pastorij nog steeds privaat bezit en dus niet toegankelijk voor bezoekers.

De derde pastorij werd gebouwd rond 1860 vlak bij de kerk. Het oude gebouw waar de pastoor eerder woonde was aan vernieuwing toe. De nieuw woning voor de pastoor was een stuk comfortabeler en door de ligging naast de kerk hoefde de pastoor niet meer elke keer de Demer over te steken om in de kerk te geraken.

De vierde pastorij tenslotte is de meest recente en ligt tussen de brug over de Demer en de spoorlijn. Deze is nog steeds de woonst waar de pastoor verblijft.